image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog

Het is inmiddels een traditie geworden dat de kerstman elk jaar enige dagen doorbrengt op Kasteel Geldrop. Ook in 2018 doet hij dat. De voornaamste taak van de kerstman in zijn tijdelijke Geldropse “Huys” is dat hij geen cadeaus brengt, maar ze juist wil ontvangen om ze door te geven aan de voedselbank. Zo bezorgt hij de minderbedeelden onder ons toch nog een smaakvolle en fijne kerst.

Zijn eigen slee en rendieren staan tijdelijk elders geparkeerd, maar in noodgevallen is er ook op het kasteel nog een arrenslee beschikbaar. Het betreft een mooie zachtgroene slee met aan de voorkant een vliegende draak of griffioen, waarmee je met enige fantasie vliegende (ren)dieren kunt associëren. In de periode voorafgaand aan Kerstmis kun je samen met de kerstman (en de koetsier) op de foto, in dezelfde ruimte waar de pakketten voor de voedselbank worden verzameld.

Dat deze winterslee in het kasteel aanwezig is, is te danken aan een gul gebaar van de familie Van Tuyll van Serooskerken. In 1977 schonk deze maatschappelijk betrokken familie de arrenslee aan het gemeentebestuur van Geldrop. Oorspronkelijk was de slee rond 1870 aangekocht door toenmalig kasteelheer Hubertus Paulus Hoevenaar. Diens dochter Arnaudina trouwde in 1905 met Hendrik Nicolaas Cornelis van Tuyll van Serooskerken, waarna de slee in deze familie terechtkwam.

Narrenslee

Kasteelheer Hoevenaar was protestant en het is bekend dat protestanten over het kerstfeest praten. De katholieken hebben het daarentegen over Kerstmis, afgeleid van “Christus-mis”. Het zijn wellicht ook voornamelijk katholieken die binnen hun geloof wat meer ruimdenkend zijn en de kerstman zijn vliegende rendieren gunnen.  Misschien verwees de vliegende draak op de boeg van de slee daarom met een knipoog naar de Amerikaanse rendieren en legde Hoevenaar inderdaad een verband met de kerst. Dit zijn echter slechts speculaties. De ware reden achter de griffioen/vliegende draak-decoratie op de Geldropse arrenslee is vooralsnog onduidelijk.

Uiteraard heeft de slee zelf uiteindelijk een aardse bestemming gehad. Het woord “arrenslee” komt trouwens van “narrenslee”. Dit herinnert aan de met belletjes versierde kleding en muts van de vroegere hofnar. Omdat je de in de sneeuw voortglijdende slee niet goed kan horen aankomen, dragen de ingespannen paarden doorgaans een bellentuig. Deze bellen, die rinkelen bij elke stap van de dieren, waarschuwen voetgangers om tijdig opzij te bewegen als de arrenslee in aantocht is.

Acht vliegende rendieren

Hoewel een gewone arrenslee al tot de verbeelding spreekt, doet een vliegende arrenslee dat nog veel meer. De eerste keer dat het kerstverhaal werd uitgebreid met vliegende rendieren, was in 1823. In dat jaar publiceerde de Sentinel van Troy, New York, het gedicht “A Visit from St. Nicholas”. Er hing toen nog geen auteursnaam onder, maar veertien jaar later, in 1837, werd het inmiddels zeer populaire gedicht geclaimd door Clement Clarke Moore. Uit later onderzoek kwam echter naar voren dat het meer waarschijnlijk is dat de oorspronkelijke schrijver Henry Livingston Jr. moet zijn geweest.

De eerste vier regels van het gedicht gaan zo:

When, what to my wondering eyes should appear,
but a miniature sleigh, and eight tiny rein-deer,
with a little old driver, so lively and quick,
I knew in a moment it must be St. Nick.

De volgende vier rijmregels geven de namen van de acht rendieren prijs:

More rapid than eagles his coursers they came,
And he whistled, and shouted, and call’d them by name:
“Now, Dasher! Now, Dancer! Now, Prancer, and Vixen!
“On, Comet! On, Cupid! On, Dunder and Blixem!”

Vooral uit de laatste twee namen, Dunder en Blixem, kan de invloed van de Nederlandse kolonisten in Amerika worden afgeleid: Donder en Bliksem. Later werd ook een Duitse invloed merkbaar, toen Dunder en Blixem werden weergegeven met de Duitse namen Donner en Blitzen (zie hieronder). Het zal duidelijk zijn dat de Nederlands/Duitse invloed niet alleen de namen van de rendieren gold: de benaming “Santa Claus” is immers duidelijk afkomstig van “onze” Sinterklaas.

Coca-Cola

In 1843 publiceerde Charles Dickens zijn roman “A Christmas Carol”. Dit verhaal was dermate invloedrijk, dat het in Engeland een hernieuwde belangstelling voor Kerstmis opriep. De illustrator van de roman was Johan Leech en het is vooral zijn tekening van de “Kerstgeest van het heden” die aan de popularisering van Kerstmis heeft bijgedragen. De figuur wordt in het boek niet met de naam Father Christmas aangeduid, maar zijn uiterlijk en directe omgeving van overvloed beantwoordt wel aan het beeld dat daar later van ontstond.

Het zou niet lang duren of de kerstman werd steeds populairder in de Engelstalige landen. Sinds omstreeks het jaar 1860 was hij al min of meer gelijkgesteld aan onze Sint Nicolaas. Hij evolueerde in rap tempo tot een personage dat op bezoek ging bij kinderen om daar via het dak en de schoorsteen cadeaus af te leveren.

Afb.: Wikimedia Commons

Ondertussen had ook de commercie zijn intrede gedaan, maar dan zitten we alweer in de 20ste eeuw. Frisdrankproducent Coca-Cola merkte aan de omzetcijfers van zijn frisdranken dat de verkoop in de winterperiode stagneerde. Het was een geniale vondst van de marketingafdeling van Coca-Cola om hun colaflesje met Kerstmis één te laten zijn met de kerstman. Na enkele “tussenpersonages” was het in 1931 tekenaar Haddon Sundblom die voor Coca-Cola bovendien een vriendelijke kerstman ontwierp met witte baard, bolle buik, rood pak en blozende wangen.

Cola-truc(k)

In 1939 was het beeld van de vriendelijke vliegende en gulle kerstman zo populair geworden, dat er een negende rendier bijkwam. De Amerikaanse liedjesschrijver Johnny Marks schreef in dat jaar “Rudolph, the Red-Nosed Reindeer”. Hij baseerde dit liedje op een verhaal over een verkouden rendier, dat was geschreven door zijn zwager Robert L. May. Tien jaar na dato was het nog steeds een succes, want in 1949 stond het in de kerstweek op nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten.

(Afb.: Wikimedia Commons)

De inhoud van het lied greep duidelijk terug op het gedicht van (waarschijnlijk) Henry Livingston Jr. uit de 19de eeuw, door naar de namen van de acht rendieren te verwijzen:

“You know Dasher and Dancer and Prancer and Vixen,
Comet and Cupid and Donner and Blitzen,
But do you recall
The most famous reindeer of all?”

Dit vrolijke lied en in meerdere mate de reclametekeningen van Haddon Sundblom zorgden ervoor dat Coca-Cola ook in de winterse kerstperiode voet aan de grond kreeg voor de verkoop van frisdranken. De vriendelijke dikbuikige kerstman die langs de maan vloog, kinderen blij maakte met cadeautjes en daarbij Coca-Cola dronk, is een beeld dat uit het Amerikaanse Kerstmis niet meer is weg te denken.

En wij Nederlanders? Gelukkig heeft de toenemende globalisering er nog niet voor gezorgd dat we met Kerstmis massaal aan de Coca-Cola zitten. De Cola-truck heeft bij ons plaatsgemaakt voor die van de Postcodeloterij. En verder houden wij het tijdens de feestdagen over het algemeen liever sfeervol met glühwein en andere gezellige alcoholische dranken.

Alleen het overmatig gebruik daarvan kan misschien leiden tot Amerikaanse toestanden: het vanuit het huiskamerraam waarnemen van een arrenslee en een span rendieren dat voor de maan langsvliegt…

 


Copyright: U mag dit blog geheel of gedeeltelijk overnemen voor eigen gebruik. Wilt u (de strekking van) de tekst publiceren in een blog, artikel, boek of een ander medium? Ook dat mag, onder de voorwaarde dat u als bron “janbakkerwebteksten.nl” vermeldt.

 

image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog