image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog

Inleiding

Het is algemeen bekend dat de naam van Geldrop (nabij Eindhoven) is afgeleid van “Gelders dorp”. Geldrop lag  vroeger als een enclave van het hertogdom Gelre in een gebied dat bij Brabant hoorde. Tijdens onderzoek ten behoeve van mijn romanreeks ben ik op zaken gestuit die erop wijzen dat deze enclave veel omvangrijker moet zijn geweest dan alleen de directe omgeving van Geldrop. In de literatuur is daar (voor zover ik weet) niets over bekend, zodat hier, als mijn theorie juist is, van een geheim kan worden gesproken. Het is de bekende Noord-Hollandse kunstschilder Jan van Scorel (1495-1562) die aanwijzingen naar de geheime grotere Gelderse enclave in zijn schilderij Maria Magdalena heeft gecodeerd.

Jan van Scorel had in zijn letterlijk en figuurlijke schilderachtige leven connecties met hoogstaande personen. Na een jarenlange reis, waarbij hij ook Bethlehem en Jeruzalem aandeed, was hij in de jaren 1522 en 1523 conservator van de Vaticaanse oudheden. Hij werd dat op verzoek van de enige Nederlandse paus die Rome heeft gekend, Adrianus VI, eigenlijk Adrianus Florisz Boeyens uit Utrecht. Jan van Scorel kan bij het beheer van de Vaticaanse oudheden op een geheim zijn gestuit. Zoals wel vaker in vroegere tijden gebeurde, heeft hij dat geheim versleuteld in (één van) zijn schilderijen. Zo werd dat alleen toegankelijk voor een bepaalde groep op cultuur gerichte mensen die de schilderscode wist te herkennen. Het klootjesvolk werd (en wordt) er op deze manier handig buitengehouden.

De enclave

Ik heb ontdekt dat Jan van Scorel een groot, mogelijk pauselijk of religieus geheim heeft gecodeerd in zijn schilderij Maria Magdalena uit ca. 1530. Dat geheim had op de een of andere manier te maken met een grote Gelderse enclave in het huidige Noord-Brabant. Wat de omvang daarvan was en hoe dat uit het betreffende schilderij is af te leiden, wordt hieronder duidelijk. De precieze betekenis hiervan onthul ik in mijn derde onderzoeksroman (Het Ichthus Mysterie), die in het najaar van 2019 zal verschijnen.

Geprojecteerd op een moderne kaart zagen de grenzen van de enclave er volgens de geheime informatie van Jan van Scorel ongeveer als volgt uit, binnen de ingetekende oranje lijnen:

Kaart: ©2018 Google | Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

De groen omkaderde rechthoek bovenin het betreffende gebied markeert het 325 hectare grote Landgoed Gulbergen, een voormalige vuilstort. In dit gebied is de met schone aarde en gras bedekte hoogste heuvel met 60 meter boven N.A.P. meteen ook het hoogste punt van de provincie Noord-Brabant. Op 16 hectare vroegere vuilstort ligt sinds 2004 de familiedierentuin Dierenrijk. Ten zuiden van Landgoed Gulbergen bevindt zich een iets kleinere groengekleurde rechthoek op de kaart; dat is het terrein van Bospark ‘t Wolfsven in Mierlo. De rest van het gebied, ruwweg ten zuiden van de lijn Geldrop-Mierlo tot aan de lijn Heeze-Someren, bestaat grotendeels uit heide en vennen met de overkoepelende naam Strabrechtse heide.

Zoals Jan van Scorel ons via zijn schilderij – in combinatie met een ets van Albrecht Dürer – zal tonen, was Mierlo mogelijk het geheime centrum van de enclave. Daarover later meer, ik zal nu eerst in het algemeen ingaan op het schilderij Maria Magdalena uit ca. 1530.

Twee Maria’s

Jan van Scorel zette zijn op houten plankdelen geschilderde Maria Magdalena indringend neer, met een serieuze en misschien zelfs wat verleidelijke blik richting de toeschouwer. Volgens sommigen zien wij hier de levensgezellin van Van Scorel, Agatha van Schoonhoven.

Dat de geschilderde vrouw model stond voor Maria Magdalena, staat wel vast. De kruik op haar schoot bewijst dat. Met de inhoud van een dergelijke zalfpot of kruik, de kostbare nardusolie, zalfde Maria Magdalena volgens het Nieuwe Testament (via getuigenissen van Lukas en Johannes), de voeten van Christus.

© Rijksmuseum, Amsterdam

Maria Magdalena wordt zittend afgebeeld op een rotsplateau voor een levende boom en een dode stronk. Wellicht symboliseert dit via de blaadjes van de boom het doorleven van Maria Magdalena (en haar volgelingen) na de dood van Christus. De onderste brede horizontale zijtakken van de levende boom markeren de lijn waar het schilderij aanvankelijk eindigde. De rossige haren van Maria Magdalena raakten dus oorspronkelijk bijna de bovenrand van het schilderij. Aan het eind van de 16de eeuw heeft men bovenaan het schilderij een plank toegevoegd, waarop een extra stuk hemel en takken met bladeren werden geschilderd.

In dit artikel zal ik aantonen dat met de versie van eind 16de eeuw de code die Jan van Scorel in 1530 aanbracht, wordt bevestigd. Van diezelfde code werd ruim na de dood van Van Scorel gebruikgemaakt om er iets aan toe te voegen dat aan het eind van de 16de eeuw had plaatsgevonden: het leggen van het fundament voor het huidige Nederland.

Maria Magdalena draagt een donkerkleurige jurk met bovenaan rijen parels en pseudo-Hebreeuwse tekens, terwijl de zichtbare boven- en ondermouw van de jurk kruisgewijs met parels zijn afgezet. Verderop in dit artikel en in mijn onderzoeksroman Het Gesso Mysterie wordt uitgelegd wat Jan van Scorel hiermee wilde zeggen. Ook beschrijft mijn boek het magisch vierkant uit 1514 van Albrecht Dürer, de beroemde Duitse kunstenaar waarmee Jan van Scorel in 1518 in Neurenberg een ontmoeting had.

Wat in mijn boek niet wordt uitgelegd is de betekenis van de grillige rotspartij, links op de achtergrond. Volgens kunsthistorici gaat het hier om een deel van het Sainte-Baume-massief in de Franse Provence. En inderdaad, daar heeft het wat van weg, al geldt de gelijkenis eigenlijk alleen voor de bovenste rand van de rots. Volgens een legende zou Maria Magdalena ongeveer dertig jaar lang als kluizenares in een grot in dat bergmassief hebben geleefd.

Onderaan de rots op het schilderij is de door twee engelen begeleide Hemelvaart van Maria, de moeder van Jezus, afgebeeld. De feestdag Maria Hemelvaart (de opneming van lichaam en ziel van Maria in de hemel) wordt jaarlijks gevierd op 15 augustus.

Maria Hemelvaart (detail van schilderij Maria Magdalena). Copyright © Rijksmuseum, Amsterdam

Op het schilderij gaat het werkelijk om Maria en beslist niet om een spirituele afbeelding van de hogere sferen van Maria Magdalena, zoals sommigen beweren. Ook dat zal ik in dit artikel aantonen: de codering van de datum 15 augustus (Maria Hemelvaart) op die plaats op het schilderij.

Vuisten en vingers 

Op het eerste gezicht heeft de rotspartij een wat merkwaardige vorm. De rotsen lijken een beetje op de versteende achterkant van de kop van een kat of ander dier, met twee puntige oren. Verder valt op dat het rotsgebergte vanaf de andere kant min of meer vierkant van vorm moet ogen. De omtrek van de boven- en rechterzijde ervan lijkt dat althans te suggereren:

De rots (detail van schilderij Maria Magdalena)

Een nader onderzoek van de geschilderde rotsformatie geeft twee opmerkelijke zaken prijs. Rechtsboven het tafereel met Maria Hemelvaart zien we als het ware een menselijke vuist die met één vinger omhoog wijst. De duim en andere drie vingers zijn in de handpalm gevouwen. Links daarvan bevindt zich een opvallende schuine streep:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

Als Jan van Scorel hier werkelijk een vuist en een vinger heeft willen afbeelden, valt gemakkelijk vast te stellen dat het om een linkervuist en wijsvinger gaat. Dit klopt echter niet, omdat mij is gebleken dat het schilderij eigenlijk horizontaal gedraaid moet worden. De reden hiervan heb ik onthuld in mijn roman Het Gesso Mysterie. Het heeft te maken met de pseudo-Hebreeuwse letters op de jurk van Maria Magdalena. Deze letters vormen een code die alleen kan worden opgelost als het schilderij wordt gespiegeld.

Met dit gegeven in gedachten gaan we de bovenstaande afbeelding nu inderdaad spiegelen:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

De “schuine streep” liep eerst van linksboven naar rechtsonder, maar nu van linksonder naar rechtsboven. Bovendien is de linkervuist thans een rechtervuist met wijsvinger geworden. Dit laatste is van belang omdat het de bedoeling van Jan van Scorel moet zijn geweest om met deze vinger iets te gaan bedekken. Tegelijkertijd duidt de opgeheven vinger wellicht op een “verzoek” tot geheimhouding:

Ins blaue hinein

Op dit punt aangekomen wordt het tijd om het “magisch vierkant” van de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer erin te betrekken. Zoals hierboven aangegeven kan Jan van Scorel in 1518, toen hij in Neurenberg was, met Dürer over dit kunstwerk hebben gesproken. Dürer had dat vier jaar eerder, in 1514, voltooid. Dat blijkt uit het jaartal dat midden-onder in het diagram staat. Het vierkant is onderdeel van de koperets Melencolia I van deze kunstenaar. Uit onderstaande afbeelding blijkt de magie: hoe je de getallen van het vierkant ook bij elkaar optelt, de uitkomst is altijd 34. Deze uitkomst kan op meerdere manieren worden bereikt, bijvoorbeeld door telkens de getallen van de afzonderlijke kwadranten bij elkaar op te tellen. Probeer het maar eens uit:

Bron: Wikimedia Commons

Het zijn echter niet alleen de getallen waar het hier om draait; met name de door Dürer gebruikte arcering op de ets is van belang. Deze arcering loopt namelijk van linksonder naar rechtsboven, precies zoals de “schuine streep” op de gespiegelde weergave van de rotspartij.

Kennelijk is het de bedoeling om het vierkant in de richting van de arcering op de vierkantige rots op het schilderij te plaatsen:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

De plaatsing is zodanig gebeurd, dat de wijsvinger van de gespiegelde vuist op de “1” van het getal “10” is komen te vallen en daarmee “verdwijnt”. Verder bevindt zich op dit moment het getal 13 geheel in de blauwige hemel. Dat houdt verband met de eerder genoemde Maria Hemelvaart. In de Kerk wordt de naam van Maria dikwijls aangeduid met een enkele letter M. In het alfabet staat deze M op de 13de plaats. Om deze reden valt dit getal “ins blaue hinein”, in het blauwe hemelgewelf of, in dit geval, letterlijk “voor de vuist weg”. Later in dit artikel zal het getal 13 overigens nog naar een andere plek in het diagram worden verschoven.

Alleen voor ingewijden

Voor degenen die mijn roman Het Gesso Mysterie NIET hebben gelezen, geef ik nu een kleine onthulling uit dit boek weer. Eerder schreef ik al dat er een later bewerkt “broertje” of “zusje” van het schilderij Maria Magdalena bestaat. Het lijkt onomstotelijk vast te staan dat Van Scorel één exemplaar in het jaar 1530 voltooide. Dat er een tweede exemplaar bestond, wordt door Jan van Scorel zelf onthuld. De mouw van Maria Magdalena vormt daartoe een eerste aanwijzing. Via de daarop afgezette parels wordt het jaartal 1540 afgebeeld:

Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

Als de getallen 15 en 40 bij elkaar worden opgeteld, krijgen we als uitkomst 55. Zetten we dit getal 55 over naar de datum 5-5 (5 mei), dan hebben wij de feestdag van Maria Magdalena in de Oosterse Kerk te pakken (tegenover 22 juli in de Westerse kerk). Maar terug naar het jaartal. Dit nieuwe jaartal 1540 zal van belang blijken te zijn bij de code in de rots, via het magisch vierkant van Dürer. Door de wijsvinger van de rechterhand op de rots bovenop de “1” van het getal “10” te leggen, wordt van boven naar beneden een deel van een datum en jaartal weergegeven, namelijk 30 juni 15.. ofwel 30-6-15..

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

Dat deze code met het verborgen jaartal alleen voor ingewijden is, zal duidelijk zijn. En dat is meteen de oplossing van de code die hierin is verwerkt. De Latijnse aanduiding voor “alleen voor ingewijden” is Solis Sacerdotibus, afgekort SS. De letter “S” is de 19de letter van het alfabet, dus S(+)S staat voor 19+19 en de uitkomst van dat sommetje is 38.

Jan van Scorel bedoelde hier het jaartal 1538! De volledige geheime datum werd daarmee 30 juni 1538 (wat binnen het eerder gevonden jaartal 1540 valt). Op die datum is Karel van Gelre overleden, als hertog van Gelre. Waarom Karel van Gelre? Omdat deze Karel een tweelingzuster had, Filippa. Het woord “tweeling” was rechtstreeks van toepassing op het schilderij Maria Magdalena, waarvan inderdaad twee verschillende versies bestonden. Karel en Filippa vormden een twee-eiïge tweeling, bij hun geboorte waren zij jongen en meisje. Dit betekent dat beide versies van het schilderij niet gelijk waren. Zij verschilden immers van elkaar door de al dan niet toegevoegde bovenste plank met bladertakken en blauwe hemel.

Dat Jan van Scorel hier werkelijk naar de betreffende datum en een tweeling verwijst, kan worden bewezen via de astronomie. Op alle 30ste juni’s van de 16de eeuw (vandaar de aanduiding 15..), dus ook op zondag 30 juni 1538 volgens de toen nog Juliaanse kalender, kwam de zon op in het sterrenbeeld… Gemini (Tweelingen)! In de 16de eeuwse gedachtegang: de zon (God, Christus) kwam op 30 juni 1538 op om Karel van Gelre, één van de tweeling, uit het leven weg te halen.

Zo kwam het sterrenbeeld Tweelingen inderdaad samen met de zon op: eerst was Castor boven de horizon verschenen en even later kwam samen met de zon Pollux op. Castor was nog even vaag te zien geweest in de ochtendschemering, maar het licht van Pollux werd al snel compleet overschenen door de opkomende zon. Op deze manier werd Pollux gelijk gesteld aan Karel en Castor aan de verder levende Filippa. De dode stronk en de levende boom op het schilderij! Een en ander legt via de moeder van Castor en Pollux (Leda) een verband met het genootschap de Zwanenbroeders. In een volgend artikel of boek zal ik hier dieper op ingaan.

Sire

Waar het getal 38 in het diagram eigenlijk ónder het getal 15 behoorde te staan, is dat in gecodeerde vorm op een andere plaats binnen het diagram te vinden. Dit gevonden geheime getal komt als volgt in het vierkant terug:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

Nu wij het getal 38 op deze manier hebben weergegeven, blijkt dat de vier vakken met de getallen 11, 8, 7 en 12 alleen voor ingewijden zijn. De uitkomsten 19 en 19 kunnen immers voor de twee letters S staan en dat wil zeggen: Solis Sacerdotibus, alleen voor ingewijden.

Het gevonden jaartal 1538 betreft een periode die 8 jaar ná de voltooiing van het schilderij lag. Verder onderzoek wijst uit dat Karel van Gelre rechtstreeks bij dit schilderij (en het geheim!) was betrokken. Van de namen van de tweeling Karel en Filippa kan namelijk een interessant anagram worden gemaakt. Vroeger schreef men “ende” voor het tegenwoordige enkele woordje “en”. Bijvoorbeeld: “Karel ende Elegast”. Dit gaan we nu toepassen op Karel en Filippa: “Karel ende Filippa“. Deze woordcombinatie is het anagram van: “(S)ire peilde plank af“. Opnieuw moeten we de geheime letter “S” erbij denken. Geheim, omdat de alfabet-getalswaarde van de letter “S” (19) buiten het diagram met de 16 vakken valt. Deze verborgen letter “S” is de eerste letter van Someren, het dorp helemaal rechtsonder op het kaartje van de geheime enclave:

Kaart: ©2018 Google | Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

Het in “(S)ire peilde plank af” gevonden woord “Sire” betekent “Heer”. Deze aanspreektitel gold niet alleen voor koningen, maar ook voor graven en hertogen. Het woord is afgeleid van het Franse “Monsieur” en nog terug te vinden in de Engelse aanspreektitel “Sir”.

Uit het anagram kan verder worden afgeleid dat de sire, de hertog van Gelre, tijdens de vervaardiging van het schilderij Maria Magdalena rond 1530 rechtstreeks was betrokken bij het bepalen van de hoogte van de planken waarop werd geschilderd. Het woord “plank” kwam in deze spelling al voor in de 13de eeuw. Met andere woorden, het schilderij bevat bepaalde verhoudingen die gebruikt c.q. toegepast moeten worden bij het terugvinden van iets dat ergens in de geheime enclave moet zijn verborgen. 

Onafhankelijkheid

Het oude hertogdom Gelre was verdeeld in 4 kwarten, kwartieren genoemd. Dit waren de kwartieren van Roermond, Nijmegen, Arnhem en Zutphen. Deze vier Gelderse gebiedsdelen vormden samen de Staten van de Kwartieren. Binnen deze Staten waren de verschillende kwartieren erg op hun zelfstandigheid gesteld. Dat gold wellicht minder voor de geheime enclave van Gelre in Brabant, waarvan de essentie mogelijk uit vier kwarten bestond. Dit wordt door Jan van Scorel verbeeld met de vier vierkante vakken die samen het getal 38 opleveren:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

We gaan deze vier getallen nu nader beschouwen:

  • de 7: in het alfabet staat op de 7de plaats de letter G, de beginletter van Geldrop
  • de 8: in het alfabet staat op de 8ste plaats de letter H, de beginletter van Heeze
  • de 11: dit getal wordt vervangen (zie onder) door de 14, de letter N, de beginletter van Nuenen.
  • de 12: in het alfabet staat op de 12de plaats de letter L, de beginletter van Lierop

Voor de duidelijkheid herhaal ik hieronder zowel de afbeelding van het magisch vierkant dat op de rots wordt geprojecteerd, als de afbeelding van de geheime enclave:

Kaart: ©2018 Google | Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

Op de afbeelding zien we Geldrop en Lierop min of meer op één lijn liggen. Ten noorden van Geldrop ligt Nuenen.

Om dat ook in het vierkant weer te geven, wordt het getal 11 (afbeelding hieronder, in de oranje cirkel) iets naar onderen geschoven. In het leegvallende vak komt van onderuit het getal 14 te staan, dat in het alfabet de waarde is van de letter N. Hier geldt een grappige woordspeling, want het getal 11 bestaat uit twee cijfers “1”.  Het zijn “nu (twee) enen“, maar daarna wordt het met het getal 14 echt de N van Nuenen

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

In het magische vierkant zien we boven het getal 12 (de L van Lierop), het getal 8 liggen. De 8ste letter in het alfabet is de H. De enige grotere plaats met een H in de buurt van Geldrop, Lierop en Nuenen is Heeze, maar dat ligt ten zuiden van Geldrop. Meedenkende Heezenaren zullen mij graag weerspreken door de letter L (onder de H) te verbinden met Leende. Dat is een dorp dat inderdaad min of meer ten zuiden van Heeze ligt en dat in het verleden samen met Zesgehuchten een heerlijkheid is geweest.

Hieronder zal ik aantonen dat het wel degelijk de bedoeling is om Heeze onder (ten zuiden van) Geldrop te plaatsen en de L die van Lierop te laten. Daartoe wordt het getal 8 (de H van Heeze) via een zogeheten paardensprong onder het getal 7 (de G van Geldrop) geplaatst, dus op de lege plek waar eerst het getal 14 stond:

Bewerking: copyright ©2018 Duyo Geldrop/ janbakkerwebteksten.nl

Nu zien we een beeld dat min of meer overeenkomt met de werkelijkheid. Bekijken wij dit deel van het vierkant als landkaart, dan vinden wij in het noorden de N (14) van Nuenen met ten zuiden daarvan de G (7) van Geldrop. Ten oosten van Geldrop zien wij de L (12) van Lierop, terwijl ten zuiden van Geldrop met de H (8) het dorp Heeze ligt.

Ook is nu te zien dat op de eerder besproken plek op het schilderij waar Maria Hemelvaart zich afspeelt, onderaan de rotspartij, de datum van de betreffende feestdag is verschenen: 15 – 8. Dit is het bewijs dat het bij deze detailschildering om Maria, de moeder van Jezus, gaat en niet om Maria Magdalena. 

Op de onderste rij is door het toevoegen van het getal 8 niet alleen de datum 15-8 ontstaan, maar ook 15-8-1, aan elkaar het jaartal 1581. Rond dit jaar aan het einde van de 16de eeuw dook de tweede versie op van het schilderij Maria Magdalena van Jan van Scorel. Dit was de versie die door een nieuwe plank hoger was dan de eerste versie, met de extra geschilderde bladertakken en wat meer blauwe hemel. Met andere woorden, het schilderij zoals dat nu in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt. Van de oudste versie, zonder de bovenste plank, is nog één exemplaar bekend en dat hangt in de regionale kunstgalerij van het oude adellijke paleis Palazzo Abatellis (ook bekend als Palazzo Patella) in Palermo, Sicilië.

Naast het verschijnen van de twee-eiïge-tweelingversie van Van Scorels Maria Magdalena, is 1581 van belang omdat op 26 juli van dat jaar het Plakkaat van Verlatinghe (of Acte van Verlatinghe) werd ondertekend. Via dit plakkaat onderschreef een aantal provinciën van de Habsburgse Nederlanden dat de Spaanse heerser Filips II werd afgezet als hun koning. Het besluit hiertoe werd genomen op 22 juli 1581, dus in de Westerse Kerk op de feestdag van Maria Magdalena. Velen zien dit Plakkaat van Verlatinghe als de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden na de Spaanse overheersing.

Het Huis Horne

Met de positie van het getal 8 (de H van Heeze) en de positie van de S van Someren valt nog iets anders op, iets dat mijn beweringen “staaft”: het getal 1 in het diagram komt, overgezet op een landkaart, overeen met de positie van de Hoenderboom. Dat is een oude stenen pilaar ofwel grenspaal (althans, tegenwoordig een replica daarvan) die sinds de 12de eeuw middenin bos en hei stond op een plaats die iets ten noorden ligt van de lijn Heeze-Someren en min of meer ten zuiden van Lierop:

Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

Dat het getal 1 van het magisch vierkant, rechtsonder in de oranje cirkel, samen met een stuk geschilderde rots de voorgevel van een huis lijkt te vormen is geen toeval. Ook de geschilderde bomen ernaast dienen een duidelijk doel. Naast dat de bomen in het algemeen naar het woord “boom” verwijzen, is “Hoenderboom” het anagram van: “de boom Horne”. Gezien de vorm van de grensmarkering, nu eens geen grote liggende zwerfkei maar een rechtopstaande stenen paal, dient het anagram gelezen te worden als “de (stam)boom (van het Huis) Horne“.

Voordat ik mijn betoog voortzet, wil ik eerst het diagram vervolmaken met Mierlo. Dit dorp bevindt zich immers binnen de oranje lijnen die ik op het kaartje weergeef als de grenzen van de geheime Gelderse enclave. Het getal 13, dat in het alfabet staat voor de letter M, dient daarmee ook in het diagram verwerkt te worden. Die M van Mierlo komt ongeveer op de werkelijke geografische positie ten noorden van de lijn Geldrop-Lierop. Voor de goede orde geef ik hieronder nogmaals het kaartje weer met de aanpassingen en grenzen van de door mij vermoede geheime enclave:

Kaart: ©2018 Google | Bewerking: ©2018 Duyo Geldrop / janbakkerwebteksten.nl

Ik heb op het kaartje de locatie van de Hoenderboom toegevoegd en ook de locatie van het voormalige Kasteel van Mierlo, waarvan op enkele funderingen na niets meer over is.

Het getal 13 (c.q.  de letter M) is in het diagram verplaatst naar een plek iets boven de lijn G-L (Geldrop-Lierop), zoals de situatie ook in werkelijkheid is. De M komt daarbij naast het eerder verplaatste getal 11 te staan (de letter in het alfabet).

Malta

Het zal de lezer duidelijk zijn dat het in dit raadsel vooral om de uitkomst van de getallen 11 en 13 gaat, in het midden van het deel-vierkant dat het geheime getal 38 (19 + 19, alleen voor ingewijden) weergeeft. De daarbij behorende letters zijn de K en de M, die samen de afkorting vormen van Kasteel Mierlo.

Dit wil zeggen dat er een verband moet zijn tussen het hertogdom Gelre, de vroegere machthebbers in Brabant, het vroegere Kasteel van Mierlo, het Huis Horne en de tot het jaartal 1113 samengevoegde getallen 11 en 13. Op zoek naar de verborgen zaken binnen de grenzen van de geheime enclave, zullen we ons moeten richten naar gebeurtenissen die zich in de 12de eeuw in Europa en het Midden-Oosten op grote schaal hebben afgespeeld: de kruistochten.

De eerder in dit artikel genoemde reis van Jan van Scorel naar Neurenberg, waar hij in 1518 Albrecht Dürer ontmoette, was slechts het begin van een veel langere reis. Na Neurenberg reisde hij verder naar het Oostenrijkse Obervellach, waar hij in 1519 het Obervellach-triptiek schilderde (lees hier meer).

Van Scorel stak vervolgens via Venetië de Middellandse Zee over naar Palestina. In het Heilige Land bezocht hij Bethlehem en Jeruzalem. Door zijn bezoek aan met name Jeruzalem zal hij geïnteresseerd zijn geraakt in de vroegere kruistochten, waarbij de christenen probeerden de moslims uit Jeruzalem te verdrijven. Eenmaal teruggekeerd in Europa werd Jan van Scorel in Rome op verzoek van paus Adrianus VI in 1522 de conservator van de Vaticaanse oudheden, als opvolger van Rafaël.

Op 15 februari 1113 erkende paus Paschalis II met zijn bul Pie Postulatio Voluntatis de “Soevereine Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem”. In het licht van het bovenstaande lijkt het mij niet onaannemelijk dat enkele hospitaalridders (of zelfs Tempeliers) afkomstig waren uit een vroege versterking c.q. vroeger kasteel in Mierlo. In dat opzicht is het wellicht van belang dat kardinaal Willem van Enckevoirt, die diende onder de veel latere paus Adrianus VI, was geboren in Mierlo-Hout. De secretaris van Adrianus, Theodoricus Hezius (Dirk van Heeze), was geboren in Heeze.

Hoe het ook zij, keizer Karel V zou in het jaar 1530 (voltooiing eerste versie van de Maria Magdalena van Jan van Scorel) aan de Orde van hospitaalridders een stuk grond toewijzen op Malta. Daarna werd de Orde hernoemd tot de Maltezer Orde of Orde van Malta.

Wapen van de Orde van Malta (bron: Wikimedia Commons)

Wat hebben de kruistochten, de Tempeliers of de hospitaalridders te maken met de geheime Gelderse enclave zoals die in dit artikel wordt geschetst? Houd daartoe deze website in de gaten! In het najaar van 2019 verschijnt mijn derde onderzoeksroman, Het Ichthus Mysterie, met de sensationele antwoorden op deze en andere vragen…

 

 


Copyright: U mag dit blog geheel of gedeeltelijk overnemen voor eigen gebruik. Wilt u (de strekking van) de tekst publiceren in een blog, artikel, boek of een ander medium? Ook dat mag, onder de voorwaarde dat u als bron “janbakkerwebteksten.nl” vermeldt.

 

image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog