image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog

Stel je kent een geheim, maar je wilt niet dat dat verloren gaat. Dus zorg je ervoor dat door middel van cryptische aanwijzingen latere generaties toegang blijven houden tot het verborgene. Wat is de beste manier om dat geheim te bewaren? Het antwoord: door de aanwijzingen zo onwaarschijnlijk mogelijk te maken. De zaken die ik in mijn onderstaande funblog beschrijf, zullen door veel mensen worden afgedaan als “fantasie”, “toeval” of “bijzonder onwaarschijnlijk.” Logisch, want nogmaals, op die manier wordt het geheim het beste beschermd. Laat de onderzoeker c.q. niet-ingewijde zichzelf maar belachelijk maken, dan zal niemand met respect voor zichzelf dieper durven graven…

In mijn blog “Het geheim van de Aardappeleters” beschrijf ik hoe Vincent van Gogh zijn schilderijen De Aardappeleters en in meerdere mate De Pastorie te Nuenen onder andere gebruikte om te verwijzen naar het jaartal 1519. Hij deed dat aan de hand van het magische vierkant in de droefheid uitstralende ets “Melencolia I” van Albrecht Dürer. Het bewuste jaar 1519 was het sterfjaar van Leonardo da Vinci, met wiens naam Van Gogh duidde op zijn privé-overwinning op de melancholie. Daartoe dienden wij VINCI zonder N te lezen als VICI: IK OVERWON.

In datzelfde jaar 1519 vertoefde kunstschilder Jan van Scorel in Oostenrijk, nadat hij een bezoek had gebracht aan Neurenberg, de stad waar een groot Duits kunstenaar leefde en werkte. Dat was, jawel, Albrecht Dürer. In Oostenrijk zou meteen blijken op welke manier Jan van Scorel beïnvloed was geraakt door deze mysterieuze Duitse kunstenaar. Dat kwam naar voren in zijn “Obervellach-Triptiek” uit 1519. Een deel van dit werk wordt later in dit blog besproken.

Sommige lezers zullen twijfelen aan de verbanden die ik leg tussen Vincent van Gogh, Albrecht Dürer en Jan van Scorel. Daarop zou ik willen reageren door aan te geven dat de meeste kunstenaars en kunstschilders, ook Van Gogh, behoorlijk goed geschoold waren. Na hun scholing of studie kwamen zij in de leer van een gevestigde meester, die meestal over goede contacten beschikte, tot aan hofkringen of diplomaten toe. De meesters brachten hun leerlingen ongetwijfeld bij hoe zij symboliek in hun werken konden aanbrengen. Op deze manier werden ook bepaalde “geheimen” van schilder op schilder overgebracht, generaties lang. Kunstschilders groepeerden zich vaak in gildes om op die manier hun ambacht en aanverwante zaken te beschermen.

Terug naar Da Vinci. De roem die Leonardo da Vinci tijdens en na zijn leven vergaarde, zou via zijn kunstzinnige uitingen gaan uitstralen naar Jan van Scorel. Met andere woorden, bepaalde ideeën van de Renaissance sloegen aan bij Van Scorel. Ik schreef zojuist “via zijn kunstzinnige uitingen”, want toen Van Scorel later in 1519 in Italië aankwam, woonde Da Vinci al drie jaar in Frankrijk. Het genie zou daar op 2 mei 1519 komen te overlijden. Net als Da Vinci was Jan van Scorel iemand die van vele markten thuis was. Hij werd een alleskunner, een homo universalis. Dat openbaarde zich niet meteen, maar ontwikkelde zich langzaam nadat hij een poosje in Italië had gewoond. Van Scorel begon in het voetspoor van Da Vinci uitvindingen doen, met name op technisch gebied. Ook was hij veel later, in de periode van 1549 tot 1553, actief als waterbouwkundig ingenieur en ontwikkelde hij plannen om in Noord-Holland grote binnenmeren droog te leggen en om te vormen tot polders.

Maar wie was Jan van Scorel eigenlijk? Hij leefde van 1495 tot 1562 en werd, zoals zijn naam al aangeeft, geboren in Schoorl in Noord-Holland. Zeer waarschijnlijk was hij de onwettige zoon van de pastoor van het dorp. In Alkmaar ging hij naar de Latijnse school. Al snel bleek dat Van Scorel aanleg had voor tekenen en schilderen. Op 17-jarige leeftijd werd hij assistent van de Amsterdamse schilder Jacobs Cornelisz van Oostsanen, nadat hij een opleiding tot kunstschilder had gevolgd bij Cornelis Willemsz in Haarlem.

Zes jaar later, in 1518, vertrok Jan van Scorel voor een lange reis die hem eerst door Duitsland voerde. Eind 1518/begin 1519 arriveerde hij in Neurenberg, waar hij zoals gezegd Albrecht Dürer bezocht. Van daaruit reisde hij naar Oostenrijk, Italië (Venetië) en tenslotte per boot naar het Midden-Oosten. Daar bracht hij een bezoek aan Jeruzalem en Bethlehem.

Weer vier jaar later, in 1522, werd hij door de Nederlandse paus Adrianus VI benoemd tot conservator van de Vaticaanse oudheden in het Belvédère te Rome. Hij volgde daarbij de beroemde Rafaël op. Toen Adrianus VI, eens in het religieuze zadel geholpen door keizer Karel V, in 1523 onder verdachte omstandigheden kwam te overlijden, keerde Van Scorel terug naar Nederland. In 1528 werd hij kanunnik van de Mariakerk in Utrecht. Hij leefde ongetrouwd samen met Agatha van Schoonhoven, die hem vier kinderen zou schenken.

Jan van Scorel begon na zijn terugkeer uit Italië een atelier in Utrecht, waar hij samen met zijn leerlingen prachtige schilderijen vervaardigde. Tot die leerlingen behoorden Anthonis Mor en Maarten van Heemskerck. In de vele werken waren de door Van Scorel opgedane Italiaanse invloeden duidelijk herkenbaar. In mijn boek Het Gesso Mysterie beschrijf ik een kort fictief moment uit het werkzame leven van Jan van Scorel.

Oostenrijk

Honderden jaren na Jan van Scorel zou Vincent van Gogh in de ban raken van het werk van deze veelzijdige kunstenaar. Voordat ik uitleg op welke manier dat is aan te tonen, ga ik eerst wat dieper in op het jaar 1519. Toen Jan van Scorel in de loop van dat bewuste jaar Oostenrijk bezocht, begon hij belangstelling te krijgen voor het schilderen van altaarstukken. Dat was in die tijd een populair genre en ook Van Scorel ontkwam niet aan opdrachten daartoe. Een van zijn eerste altaarstukken was het triptiek dat hij maakte voor de parochiekerk (Pfarrkirche) St. Martin in het dorp Obervellach in Karinthië (het midden-zuiden van Oostenrijk). Een triptiek is een drieluik, waarbij de drie delen met scharnieren aan elkaar bevestigd zijn. Hierdoor kunnen de twee deuren geopend en gesloten worden. Een foto van Van Scorels gesloten triptiek uit 1519, met de naam “De Heilige Maagschap”, is hieronder afgebeeld:

Het gesloten Obervellach-triptiek (1519) van Jan van Scorel. Links de geseling, rechts de kruisdraging. Foto: RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag

De naam “de Heilige Maagschap” kan in verband worden gebracht met Jezus en zijn familie. In het Duits heet dit begrip “die Heilige Sippe” en juist in dit verband is het interessant dat Van Scorels werk duidelijk invloeden vertoont van Albrecht Dürer, die op zijn werk Melencolia I een nogal sippe c.q. sikkeneurige engel heeft afgebeeld. Het is mogelijk ook dit gegeven dat Vincent van Gogh (mede) inspireerde tot het toepassen van het magisch vierkant op de kopergravure van Dürer in Van Goghs werken De Aardappeleters en de Pastorie te Nuenen.

Een nieuw Rome in het noorden van Friesland

Vooral op De Aardappeleters uit 1885 zijn elementen van het hierboven afgebeelde triptiek terug te vinden. Dat geldt met name voor de klok, die op beide werken linksboven is te vinden. Overigens hebben de onderwerpen van beide kunstwerken op het eerste gezicht niets met elkaar uitstaande. De verborgen geheime betekenissen hebben echter wel degelijk raakvlakken.

We richten ons nu op de rechterdeur van het gesloten triptiek uit 1519, het jaartal dat in codes gehuld is terug te vinden op het schilderij de Pastorie te Nuenen van Vincent van Gogh. Aan de onderkant van de rechterdeur bevindt zich in hoofdletters een naam, die op de kop, dus omgekeerd is geschreven:

Ook zonder de afbeelding om te draaien is het al duidelijk dat hier IOANNES staat, de gelatiniseerde vorm van de naam Jan: JOHANNES. In een vouw verdwijnt een deel van een letter S, die ongetwijfeld in het Latijn naar “Scorel” verwijst. De op hun kop staande letters AO vormen een belangrijke aanwijzing. In mijn eerdere blog over De Aardappeleters komt naar aanleiding van de denkbeeldige letters A en O een verwijzing naar de Openbaring van Johannes naar voren. Daarin wordt driemaal gesproken over de Alfa en de Omega, waarmee God bedoelt aan te geven het Begin en het Einde van alles te zijn.

Hetzelfde principe vinden wij terug in het anagram dat wij van SENNAOI kunnen maken: AO IN NES. Dat wil zeggen, de Alfa en de Omega in Nes, ofwel het begin en het einde in Nes. Het woord “nes” betekent landtong en Nederland kent verschillende plaatsen met die naam. Jan van Scorel bedoelt hier het dorp Nes in het noorden van Friesland, in Dongeradeel. Daar staat binnen een vierkant stratenplan de hervormde Sint-Johanneskerk, een eenbeukige kerk met delen uit de 12de eeuw die nog bewaard zijn gebleven. Het koor stamt uit de 13de eeuw. Het romaanse kerkje was oorspronkelijk gewijd aan Johannes de Evangelist, die met zijn bekende Johannesevangelie uit het Nieuwe Testament een levensverhaal (biografie) van Jezus heeft geschreven. Johannes omschrijft vooral handelingen en uitspraken van Jezus en benadrukt daarbij Zijn lijden en sterven. Vooral het lijden (geseling, kruisweg) zijn onderwerp van de gesloten deuren van het Obervellach-Triptiek.

Indien Jan van Scorel met “AO in Nes” inderdaad doelt op de Sint-Johanneskerk in Nes, rijst de vraag wat Nes in het uiterste noorden van Friesland te maken heeft met Jan van Scorel. Deze kunstschilder was immers geboren en getogen achter de duinen van Noord-Holland en zou daar na veel omzwervingen in de periode 1549 tot 1553 naar terugkeren in verband met zijn voorgenomen inpoldering van de Sijpepolder.

In het jaar 1550 maakte Jan van Scorel een kaart van het in te polderen gebied. Hij noemde de polder Nova Roma, Nieuw Rome, en schreef dat op zijn kaart: Ende sal Genaemt werden Nova Roma. Van Scorel voorzag zeven nieuwe dorpskernen in de polder. De dorpskern St. Jan (afgeleid van Sint-Johannes) is voor ons de belangrijkste.  Uit onderstaande bewerkte afbeelding blijkt waarom. Links zien we de kaart van Jan van Scorel uit 1550, gericht op het noorden. Daarnaast een gespiegeld huidig beeld van Nes en de zeedijk uit Google Earth:

Door het spiegelen van de rechter afbeelding krijgen beide zeedijken dezelfde richting. En we zien meteen dat de voorgenomen dorpskern met de St. Janskerk in de Sijpepolder qua ligging overeenkomt met de Sint-Johanneskerk in Nes. Aangezien deze kerk oorspronkelijk uit de 12de eeuw stamt, kunnen we nu aannemen dat de 16de eeuwse kaart van Jan van Scorel is gekopieerd van een veel oudere kaart. Kennelijk heeft hij zijn nieuwe ideeën afgeleid van iets wat zich al honderden jaren eerder in het noorden van Friesland had afgespeeld…

Daarvan was Jan van Scorel al in 1519 op de hoogte, toen hij als aanwijzing naar Nes de naam IOANNES (AO in Nes) in spiegelbeeld op het Obervellach-Triptiek plaatste:

Deze aanwijzing uit 1519 redt Jan van Scorel van vermoedens van plagiaat of iets dergelijks. Nu hij overduidelijk het Friese dorp Nes in zijn triptiek heeft gecodeerd, kan het niet anders dan dat hier nog veel meer achter zit. Een gecombineerde verwijzing naar zowel “Nieuw Rome” als de Friezen kan wellicht worden gezien als een verband met de Friezenkerk in Rome. Die kerk was gebouwd in de buurt van het Vaticaan, op de plaats waar rond het jaar 800 een Friese kolonie was ontstaan. Op de eerste kerstdag van dat jaar 800 werd Karel de Grote door paus Leo III in de Oude Sint-Pietersbasiliek tot keizer gekroond. Veel meer over het Friese verband en Karel de Grote zal ik publiceren in mijn derde boek in een reeks onderzoeksromans, die in 2019 zal verschijnen. Meer weten over de eerste twee onderzoeksromans? Zie hier…

Subtiele humor van Jan van Scorel

De vraag rijst wat Jan van Scorel precies wil zeggen met “het begin en het einde” in het dorpje Nes. Welnu, naar mijn mening moet dat onder andere gaan om de luidklokken achter de galmgaten in de toren van de Sint-Johanneskerk:

Sint-Johanneskerk in Nes, Dongeradeel. Credits: Theun at fy.wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9537098

Het valt op te merken dat de toren van deze kerk een zadeldak heeft, een bouwstijl die vooral bij romaanse kerken in Noord-Nederland voorkomt. De betreffende kerken worden daarmee een soort Paard van God. Dit lijkt op het eerste gezicht wat vergezocht. Dat is het beslist niet en zeker niet bij de romaanse kerk in Nes. Bij het nogmaals beschouwen van het woord SENNAOI kan een tweede anagram worden gemaakt: AO NINES. “AO” staat dan met de Alfa en de Omega weer voor God, terwijl NINES het Engelse woord voor “negens” is. Met mijn betoog over de Alfa en Omega in mijn blog over De Aardappeleters in gedachten, kijken wij eens in Openbaring hoofdstuk 9 vers 9 (“negens“). Daar vinden wij:

En zij hadden borstwapenen als ijzeren borstwapenen; en het gedruis hunner vleugelen was als een gedruis der wagens, wanneer vele paarden naar den strijd lopen. (Bron: statenvertaling.net)

De “borstwapenen” kunnen wij hier interpreteren als de gietijzeren muurankers die we vinden op de bakstenen muren van de kerktoren in Nes, het gedruis van de vleugels doet denken aan vogels en/of vleermuizen die in de kerktoren huizen en ja, het zadeldak van de toren zou dan op de paarden kunnen slaan. Subtiele humor van Jan van Scorel?

De klok(ken) op het triptiek

In de zadeldaktoren van de Sint-Johanneskerk in Nes bevinden zich twee luidklokken, de ene uit 1477 en de andere uit 1686. Het is niet bekend of de luidklok uit 1686 een oudere voorganger heeft gehad, maar de kans daarop is zeer groot (zie onder). Voor ons verhaal is in eerste instantie de klok uit 1477 van belang, uiteraard omdat deze klok dateert van vóór het Obervellach-Triptiek. De bewuste klok is gegoten door een bekende luidklokgieter uit de 15de en de 16de eeuw: Geert van Wou. Twee jaar na 1477 zou Van Wou een voorslag gieten voor de Domtoren in Utrecht.

De luidklok uit 1477 van de kerk in Nes is versierd met afbeeldingen van Maria met Kind en van Johannes de Evangelist. Bovendien staat er een tekst op de klok: MESTER GERT ME FECIT (Meester Gert hij maakte mij). Met “Gert” wordt ongetwijfeld “Geert van Wou” bedoeld. In anagram wil het zinnetje zeggen: SECRET GRIEF TETE MM. In deze Franstalige tekst staat MM voor Marie Madeleine (Maria Magdalena). De vertaling van de tekst is: verdrietig geheim (over) hoofd (vanMaria Magdalena. Met deze tekst op de luidklok in gedachten voltooide Jan van Scorel in 1530 zijn schilderij “Maria Magdalena”. Het geheim dat dat prachtige werk verbergt, onthul ik deels in een volgend blog. In mijn onderzoeksroman “Het Gesso Mysterie” licht ik al een behoorlijke tip van de sluier op.

Stel dat de kerk en de toren in Nes onderdeel uitmaken van een geheim waarbij priesters of geheime genootschappen minimaal tot in de tijd van Vincent van Gogh nieuwe aanwijzingen genereerden, dan is het mogelijk dat latere aanpassingen aan de kerk en de toren daarop zijn geïnspireerd. Zo zijn de mechanische uurwerken aan de oost- en de westkant van het zadeldak in het jaar 1916 geplaatst door uurwerkfabriek B. Eijsbouts in Asten (Noord-Brabant).

Het is in dit verband geen toeval dat deze uurwerken, in de toren boven de halfronde galmgaten, enigszins verwant lijken met de wijzerplaat/klok die we boven de poort op het Obervellach-Triptiek vinden:

Normaal gesproken had Jan van Scorel via zijn triptiek uit 1519 nooit kunnen wijzen op de relatief moderne mechanische uurwerken in de toren van de kerk van Nes in Friesland. Door de uurwerken in een later stadium alsnog aan te brengen in de kerktoren heeft men Jan van Scorel met succes gesteund bij het definitief(?) verzegelen van een kennelijk bijzonder geheim. Deze moedwillige verdraaiing van de geschiedenis leidt immers tot het uitsluiten van elke poging tot het leggen van een historisch verband. Een prachtmanier om iets geheim te houden!

Waartoe dient dit allemaal? Wel, ik heb sterk de indruk dat Jan van Scorel een tweede klok op de linkerdeur van het gesloten triptiek wilde suggereren. Vandaar dat ik hierboven heb aangegeven dat er een voorganger van de luidklok uit 1686 moet zijn geweest.

De afgebeelde twee poorten op het triptiek zijn kennelijk de in- of uitgang van één en dezelfde poort. De tweede klok zien we niet, maar kunnen wij er wel bijdenken. Binnen het kader van de linkerpoort (zonder klok) treffen wij twee zaken aan: een roede en de mijter van een geestelijke. In de tijd van Van Scorel schreef men “mijter” als “miter” of als “mitre” (afgeleid van het Latijnse mitra). We voegen vervolgens “mitre” en “roede” samen en vinden als anagram daarvan: “rotere demi”. Het woord “demi” betekent “half”, terwijl “rotere” in het Latijn de tweede persoon enkelvoud is van “roto” en dat betekent “jij draait” of “jij roteert”. Met andere woorden: “jij draait half om” en dat slaat dan op de denkbeeldige linkerklok, identiek aan de rechterklok. Deze klok dient vervolgens kennelijk half omgedraaid te worden. 

Een rondje om de zon 

We gaan nu terug naar de omgekeerde naam SENNAOI, onderaan de gesloten rechterdeur op het triptiek. Door de naam SENNAOI te schilderen, vraagt Jan van Scorel ons als het ware om het deurpaneel verticaal te spiegelen. We willen immers zijn naam kunnen lezen zonder ons hoofd daarvoor om te draaien.

Door de naam op het paneel (en daarmee het hele deurpaneel) te spiegelen, wordt dat wat onderaan het deurpaneel staat, zichtbaar aan de bovenkant. Uit onderstaande afbeelding blijkt echter dat we er daarmee nog niet zijn, want op die manier (middelste afbeelding) kunnen wij de naam nog steeds niet normaal lezen. Duidelijk is dat het daarna nog eens gespiegeld moet worden, nu horizontaal. Nadat we deze handelingen hebben verricht, staat er eindelijk IOANNES (rechtse afbeelding), met twee gespiegelde letters N, die naar Nes in Friesland blijven verwijzen:

Copyright © 2018 Duyo Geldrop/Jan Bakker WebTeksten. Van SENNAOI naar IOANNES

Door al dit spiegelen is niet alleen de naam, maar ook de klok op deze rechterdeur verticaal en vervolgens horizontaal gespiegeld geraakt. Het resultaat is dat de klok nu half gedraaid is, van onder naar boven, precies zoals “bevolen” werd met het anagram “jij draait half om”.

Wij zien nu een duidelijke overeenkomst tussen de klok op het triptiek en de klok op De Aardappeleters van Vincent van Gogh. Voor de duidelijkheid heb ik beide geschilderde klokken naast elkaar afgebeeld:

Copyright © 2018 Duyo Geldrop/Jan Bakker WebTeksten – Links de tweemaal gespiegelde éénwijzerige klok op het triptiek, rechts de klok op De Aardappeleters, met de kleine wijzer in een ongeveer gelijke stand.

Door de zonnestralen op de klok op de rechterdeur van het gesloten Obervellach-Triptiek begrijpen we eindelijk waarom Vincent van Gogh het getal VI (6) bovenaan heeft gezet. Het gaat om een verwijzing naar Christus, het Licht. Het getal 6 slaat namelijk niet op een uur op de wijzerplaat, maar op een maand. In dit geval de 6de maand, ofwel de maand juni en wel de 21ste dag daarvan (tevens de datum van dit blog), waarop de zon zijn hoogste punt bereikt en daarmee de zomer inluidt.

Het meest frappante is echter dat het schilderij De Aardappeleters (1885) exact 366 jaar na het Obervellach-Triptiek (1519) is vervaardigd. Hiermee wordt Christus op een geweldig originele manier vereerd: het getal 366 symboliseert in jaren het maximum aantal dagen in een (schrikkel)jaar waarop de Zon (God of Christus) vanaf de Aarde kan worden waargenomen. De Aarde draait immers in een jaar rond de zon! In een droog gebied zonder wolken kan iemand tijdens een schrikkeljaar in theorie 366 dagen lang overdag de zon zien schijnen.

Hebben we hier te maken met een schijnverband (te veel aanwijzingen om aannemelijk te kunnen combineren) of een werkelijk bestaand “schijnverband” (de Zon, het Licht, Christus, Maria Magdalena, de Mens)? Persoonlijk ben ik geneigd voor de tweede optie te gaan, al was het alleen maar door de zonnestralen die Jan van Scorel op de klok van zijn triptiek heeft geschilderd.

 

 


Copyright: U mag dit blog geheel of gedeeltelijk overnemen voor eigen gebruik. Wilt u (de strekking van) de tekst publiceren in een blog, artikel, boek of een ander medium? Ook dat mag, onder de voorwaarde dat u als bron “janbakkerwebteksten.nl” vermeldt.

 

image_pdfOpen in PDFimage_printPrint dit blog